23 mei 2008

KO TAO












Voor wie het nog niet wist: het regenseizoen is begonnen. Volgens de Lonely Planet regent het meer aan de westkust dan aan de oostkust. We besluiten de gok te wagen en eerst een weekje strandvakantie te houden aan de oostkust – in de golf van Thailand – en daarna een week te blijven aan de westkust – dat is aan de Indische oceaan.
Aan de oostkust liggen drie eilanden: Ko Samui, waar we eigenlijk geen info over hebben, Ko Pha-Ngan, een eiland dat bekend staat als een party eiland nadat iemand jaren geleden met het idee op de proppen kwam om bij elke volle maan een ‘full moon party’ op het strand te houden, en Ko Tao, het kleinste van de drie eilanden.

We gaan via Chumphon naar Ko Tao, slechts vier bij vijf kilometer groot. 90 % van de bezoekers die aan land gaan, komen naar hier om te duiken. Wij komen naar hier om een boek van Harlan Coben te zoeken, te chillen (om het met een hip woord te zeggen) en te snorkelen.

Ko Tao is prijzig, zeker als je een kamer met airco wil. We vinden uiteindelijk onderdak in een hotel vlakbij de pier waar de boten aanmeren. Het is niet het meest romantische plekje, maar alles (koffie, croissants, internet, de seven-eleven, bookshops, …) is vlakbij en s’nachts is het er rustig. Wie eenzaamheid verkiest, kan kiezen uit heel erg afgelegen en heel erg moeilijk bereikbare resorts (je kan er alleen via een smal pad of met een boot naar toe) die varieren van 1 tot 5 sterren. We gaan op de tweede dag resorts kijken – best een dagvullend programma – en ontdekken een pareltje met bungalows die door een Balinees geinspireerde architect werden ingericht. De bungalows hebben allemaal een groot terras met zicht op de golf van Thailand. Ooit, als ik rijk ben en geen schrik meer heb van spinnen, denk ik, kan ik dit een kans geven.

Geluk ligt in kleine dingen. Ingrid vindt – hoera – haar boek en kan nu eindelijk vernemen hoe het spannende verhaal afloopt. Ik doe intussen een dagtocht per boot rond het eiland. We stoppen op vijf plaatsen om er te snorkelen. Het is een typische laagseizoen groep want we zijn maar met vier (op een grote boot): Valerie, een Francaise uit Bretagne, en een jong koppel uit Italie. We krijgen onder water een kleurenpracht aan vissen te zien: dit is live National Geographic. Aan Shark Bay hoeven we niet eens lang te wachten op de show: al na vijf minuten schiet er een haai voorbij. Deze versie is 2 meter lang en ongevaarlijk. Het water is trouwens kraak en kraakhelder en varieert in kleur tussen turquoise (waar de ondergrond zand is) en diep blauw (waar op de ondergrond grillige koralen en de meeste tropische vissen te vinden zijn). Het is duidelijk dat de troeven van Ko Tao vooral onder de zeespiegel liggen. Boven de zeespiegel, wel, liggen er enkele interessante bikini’s. Meestal zijn deze niemendalletjes copies van het merk Billabong en worden de eigenaars geescorteerd door hevig getatoeerde mannen. Om niet helemaal uit de toon te vallen – we duiken niet en hebben geen tatoeages – bestel ik flessen Singha bier per liter. That should do the trick.

De laatste dag huren we een brommer (die met tatoeages huren een quad bike) en proberen we met de hulp van een Nederlander die hier woont enkele afgelegen baaien van het eiland te bereiken om er te snorkelen. Meestal staat het water echter te laag en zitten we te dicht op de koralen om comfortabel en zonder gevaar voor schaafwonden te snorkelen. Ingrid gaat dan maar schelpen zoeken, maar vindt er geen interessante. Wel leuk is dat we toevallig op een strandje terecht komen waar we Valerie-de-Bretoense tegen het lijf lopen. We kletsen wat bij en Valerie toont ons de prachtige mini-aquarels die ze tijdens haar reis door Thailand in een Moleskine boekje heeft getekend.

En terwijl op een ander eiland, hier zo’n 50 kilometer vandaan, de full moon party volop in de voorbereiding zit, genieten wij avond na avond en aflevering na aflevering van seizoen 6 van de Gilmore Girls. Zonder kaarslicht, maar met airco.

Moet nog gezegd, tenslotte, dat we van het regenseizoen weinig merken. Tijdens ons verblijf van zes dagen krijgen we 1 hevig onweer te verwerken. We voelen de hitte op onze huid prikken. De voormiddagen zijn zonnig en we zijn al lang blij als er s’namiddags een wolkje voor de zon schuift.

22 mei 2008

PIC OF THE DAY


50 Baht is 1 euro. Behoorlijk dure benzine dus, maar op zo’n klein eiland als Ko Tao kom je daar al een heel eind mee met een brommer. Gelukkig hoeft hier niemand zijn auto te vullen met 50 of meer van zulke flessen. Er is ook een echt pompstation voor de weinige auto’s die hier rijden.

21 mei 2008

PIC OF THE DAY


Hans met zeehond op het eiland Ko Tao.

17 mei 2008

10 AM PIC


Een kleurrijke hoek in Kao San Road, Bangkok.
Welke geldautomaat zal ik vandaag eens kiezen: de roze, de gele, de groene of de blauwe?

INTERMEZZO IN BANGKOK




Op naar het zuiden. Thailand is zowat het enige land in de regio waar betrouwbare treintjes rondrijden. Per trein reizen is trager dan per autobus, maar we hadden al zoveel goeds gehoord over de 1ste klas slaapplaatsen op de nachttrein, dat we in Chang Mai ons zitje proberen te versieren voor het zuiden. Zware ontgoocheling als blijkt dat er geen slaapplaatsen met airco meer vrij zijn. Noodgedwongen stappen we op een nachtbus met bijzonder weinig beenruimte. Nog zoiets dat we moeten onthouden: nooit een bus reserveren in een reisbureautje, altijd boeken vanuit het officiele busstation. Probleem is dat officiele busstation te vinden. Enfin, we zijn met hebben en houden op weg naar het zuiden.

Waar naar toe? Zo goed als elke reis van noord naar zuid loopt door Bangkok. Bangkok is voor de meeste reizigers een supergrote en bijzonder onoverzichtelijke verkeershub. Zeker als je zoals wij om 05u30 in de ochtend aankomt op Kao San Road, hartje Bangkok. Meteen worden we aangesproken door een taxichauffeur die zoals steeds onze plannen probeert in zijn voordeel om te buigen. We willen zo snel mogelijk door naar Ko Tao, een eiland in de golf van Thailand. Aha, zegt de man, dan kunnen jullie niet naar het officiele busstation, want dat is een heel stuk van hier rijden en bovendien is dat op dit uur nog niet open. Het is te vroeg om tegen te spartelen en na wat gekibbel over de prijs – het wordt alsmaar moeilijker om taxichauffeurs ertoe aan te zetten hun meter te gebruiken – brengt de man ons tot bij een reisbureautje (van een vriend allicht) dat om 6 uur in de ochtend opent.

Het is balen van zodra de man van het reisbureau spreekt: ‘de eerstvolgende bus naar Ko Tao vertrekt pas om 19 uur deze avond’. Dat betekent dat we dus geradbraakt uit bus 1 komen (na 10 uur bus), 12 uur de tijd moeten doden in Bangkok, en pas vanavond opnieuw voor 14 uur aan een stuk opgezadeld zitten met een aaneensluiting van bus, minivan en boot…

En het wordt nog meer balen als Ingrid merkt dat ze haar boek van Harlan Coben (wat een geluk dat die auteur zoveel boeken heeft geschreven!) in bus 1 is vergeten.

Koffie. Dringend.

We buigen het lot om in ons voordeel en stellen de hele dag in het teken van dat boek van Harlan Coben. We gaan elke boekenwinkel binnen op Kao San Road en omgeving op zoek naar ‘Just One Look’. Elke winkel hanteert een ander klasseringssysteem. De ene zet de boeken per taal, de andere alfabetisch op titel, we vonden er zelfs een die een indeling maakte naar vrouwelijke auteurs en mannelijke auteurs (?), maar de meeste hebben gewoonweg geen enkele vorm van ordening van boeken.

Geen ‘Just One Look’ te vinden. We zetten onze gedachten op oneindig en nemen de ferry, weg van de drukte in de stad. Da’s leuk, die ferry. Je betaalt 15 Baht (12 oude Belgische frank) en je mag heel de rit op de rivier uitzitten – of er vroeger afstappen als je ergens speciaal wil zijn. Wij gaan een heel stuk mee want we moeten nergens zijn.

En dan gaan we terug en kopen ons avondrantsoen in de seven-eleven en zetten ons daarna schrap voor de volgende nachtrit naar onze eindbestemming. Dit keer krijgen we waar voor ons geld: een bus met voldoende beenruimte en roze gordijntjes met borduursel.

16 mei 2008

CHANG MAI











Chang Mai is de tweede grootste stad van Thailand, maar er is zoveel meer ademruimte dan in Bangkok. Je merkt nooit dat er 1,6 miljoen mensen wonen. De meeste toeristen nemen onderdak in de oude binnenstad. Die ligt ingekapseld binnen een historische muur van zowat 2 bij 2 kilometer. Toch krijg je nooit het gevoel dat de belangrijkste attracties in dit centrale stuk liggen, want als je de vele tempels of markten wil gaan bezoeken, moet je aardig wat kilometers afstappen. De grootste tempel bijvoorbeeld, Wat Doi Suthep, ligt op 20 km rijden en ligt bovenop een heuvel. Dit is noord-Thailand by the way en eens buiten de stad kom je snel terecht in dichtbeboste heuvels met bergvolkeren. Honderden reisbureautjes organiseren daguitstappen naar zogenaamde authentieke stammen in de bergen waar vrouwen leven met een lange nek. Wij doen daar niet aan mee, maar huren wel een brommer voor een dag om de omgeving te verkennen. Ons bezoek aan Wat Doi Suthep valt volledig in het water. We komen doorweekt aan bij de tempel en wandelen 300 trappen naar boven om daar vast te stellen dat er 1: zero meter zicht op Chang Mai is, en 2: een kakafonie aan kraampjes met Buddha beeldjes staat die ons aan Scherpenheuvel doet denken. Later die week bezoeken we ook nog het centraal gelegen Wat Pra Singh, en Wat Chedi Luang, waar bijzonder veel honden rondhangen omdat ze er elke avond gevoerd worden door een organisatie die zich inzet voor straathonden en waar we meedoen aan de ‘Monk Chat’. We hebben er een informele babbel met een jonge monnik die ons aan de hand van een aantal truukjes met een balpen laat zien dat alles ‘impermanent’ is en er min of meer uit afleidt dat de waarheid enkel binnen in jezelf ligt.
We weten dat we opnieuw in Thailand zijn omdat we letterlijk om de oren worden geslagen met muziek van 'The Carpenters'. Wat hebben de Thai met Karen Carpenter?
Verder hebben we het best naar onze zin in Chang Mai.
We wisselen onze povere guesthouse van de eerste nacht voor een sjieker zakenhotel met zwembad waar net deze maand een soort van Flair actie bezig is. Nu voel je aan je kleine teen dat het laagseizoen begonnen is: in dit hotel zijn schat ik 50 kamers, maar er zijn nauwelijks gasten. Kijk maar naar de foto van Ingrid in de ontbijtzaal…

We volgen (alweer) een kookcursus en leren er onder andere het fameuze Thaise gerecht Pad Thai maken. We wandelen op zondag over de avondmarkt – de helft van de binnenstad wordt dan omgetoverd tot een shopping paradijs in open lucht. We kunnen het niet laten om al het geld in onze portefeuille op te kopen aan souveniertjes en lekkere spulletjes die ze langs de straat klaarmaken. Verder hebben we het ongeluk dat hier ook hele grote winkels zijn met mooie horloges en tot overmaat van ramp blijkt er ook een winkel te zijn die totaal overbodige spulletjes van Apple verkoopt.

De stad is een aaneenschakeling van massagesalons, tempels (er zijn er meer dan 300…), tweedehands boekenwinkels, fruit- en groentenmarkten en restaurantjes. In de Gecko bookshop vinden we nog enkele titels van Harlan Coben die we nog niet hadden gelezen. En in de Night Bazaar vinden we warempel een copie van seizoen 6 van de Gilmore Girls. Dat is een prima optie voor de regenachtige dagen die er nu aan staan te komen. Een voetmassage in de voormiddag, een ijskoffie in de namiddag, even zwemmen tussendoor, en een avondprogramma dat bestaat uit stukjes mango en Lorelai (hoofdpersonage in Gilmore Girls): meer moet dat niet zijn.

10 mei 2008

AFSCHEID VAN LAOS




Laos in langs Cambodiaanse kant. Laos uit langs Vietnamese kant. Dat was het plan. Maar wie ons een beetje op de kaart heeft zitten volgen, merkte allicht dat we de laatste week naar het noordwesten begonnen af te dwalen. Niet goed als je wil doorsteken naar Vietnam.

Ik heb tot vorige week in mijn hoofd trajecten uitgestippeld vanuit Laos naar Hanoi en naar Sapa en naar de Halong Bay (allemaal noord-Vietnam), maar na veel vijven en zessen hebben we een aantal knopen doorgehakt.

Zoals: we vertrekken vroeger uit Zuid-Oost Azie dan voorzien. Het is gewoon Ingrid haar ding niet. Het is te heet. Ze weet met zichzelf geen blijf als mensen haar niet verstaan. In het woud is ze niet op haar gemak, want er zitten slangen. En excursies naar parken met olifanten, tijgers of apen trekken haar niet aan, omdat die dieren niet in volle vrijheid leven. Zelfs voor een eco-toeristisch bezoek aan een olifantensanctuary loopt ze niet warm, want de olifanten moeten immers nog voor de toeristen opdraven en liggen ‘s avonds ook aan kettingen. Ze krijgt enkel een boost als ze een kookcursus kan volgen.
Of na een onweer, als de temperatuur gezakt is.

Nu het regenseizoen is gestart, onweert het gelukkig veel.

Ik begrijp het allemaal wel, maar had me dit stuk van de reis toch actiever voorgesteld. Ingrid spoort me aan om in m’n eentje deel te nemen aan excursies, maar … ik vind het ook te heet en drink ‘s namiddags liever m’n icecoffee naast de airco!

Samen uit, samen thuis. Dus zoeken we een oplossing. We bellen met Cathay Pacific en proberen uit te vissen of we extra moeten betalen om de data van onze volgende vluchten te wijzigen. Nee, dat is gratis, krijgen we te horen. Maar als we een concreet voorstel doen, blijkt die datum niet mogelijk. Ook voor alle andere data die we aanvragen, zijn de vluchten al volgeboekt. Dat heb je met die RTW – lees: goedkope – tickets. Enfin, we proberen het met stoere taal en twee dagen later hebben we warempel een nieuw vluchtschema vast. We vliegen nu de vierde juni naar Dubai, waar we bijna twee weken blijven bij Luk, de broer van Ingrid. Daarna gaan we nog op vriendenbezoek in Frankrijk en Zwitserland. En op 30 juni keren we vanuit Zurich terug naar huis.

Met dit nieuwe schema op zak, moeten we keuzes maken. Ofwel schakelen we een versnelling hoger en steken we snel door naar Vietnam, ofwel slaan we Vietnam over en nemen we meer tijd voor Thailand. We kiezen voor het laatste, deels omdat we van Thailand alleen Bangkok en omgeving gezien hebben en deels omdat veel medereizigers zich gestoord hadden aan irritante en opdringerige verkopers in Vietnam. En als we ergens niet tegen kunnen…

We steken op 9 mei de Mekong en dus ook de grens met Thailand over (een groot stuk van de grens tussen Laos en Thailand valt gelijk met de Mekong). Na 1 overnachting in het grensstadje Chiang Khong nemen we een mini-van naar Chiang Mai in het noorden van Thailand. Over Chiang Khong valt weinig te zeggen. Of toch: het is de eerste keer deze reis dat Ingrid een paar honden wantrouwt. Omdat het donker is en er een aantal exemplaren met grote hoektanden rondlopen op straat, nemen we na het avondeten een tuktuk terug naar het hotel.

Laos beviel ons overigens prima. Prachtig land, vriendelijke mensen en het land is nog niet platgelopen door toeristen. We moeten heelder dagen Sabaidee (hallo) roepen. Je kan hier uren over een markt lopen zonder dat iemand je aanspreekt met ‘Sabaidee, you buy something from me?’ Over het algemeen hadden we wel de indruk dat Laos duurder was dan Thailand en Cambodja. Al is duur natuurlijk een relatief begrip: voor ongeveer 3 euro huur je hier een 125 cc brommer voor een dag, voor 8 euro heb je kamer met airco en voor minder dan 1 euro drink je een liter bier.
Een aanrader.

Op de foto zie je een jong meisje op een volgepakte boot van Muang Ngoi Neua naar Nong Kiaw. Toevallig leren we een Nederlandse jongen kennen van 27 jaar. En toevallig vernemen we dat hij een meisje heeft leren kennen in Luang Prabang. Dit meisje dus. Ze hebben het naar hun zin samen, en al na enkele romantische nachten wordt de jongen voorgesteld aan de familie van het meisje. Die familie runt een guesthouse in Muang Ngoi Neua, het enige bakstenen gebouw in het dorp. De jongen verblijft er enkele weken en helpt in ruil voor kost en inwoon het ontbijt opdienen aan de gasten.
De familie organiseert een feest, want het jongste zoontje is hersteld van een gebroken arm. Heel het dorpje is uitgenodigd, inclusief de toeristen. Na de ceremonie gaan de flessen Lao Lao (soort eigengestookte sterke drank) en bier rond – alles op kosten van de zaak. Wij zijn er ook even gaan kijken en vernamen via via dat die romantische nachtjes van de Nederlandse jongen en het Laotiaanse meisje enigszins dramatisch zijn afgelopen: ze is zwanger. Ook vernamen we dat de jongen terug naar huis wil. Een flirtje hier en daar is ok, maar zwanger: ho maar. Terwijl de ouders ons op de dansvloer trekken, zien we het jonge koppeltje op de achtergrond ruzie maken. Ook dat is Laos.

Op de andere foto’s zie je de grensovergang Laos – Thailand. Aan Laotiaanse kant neem je de boot over de Mekong. Aan Thaise kant staan de TukTuks je nog voor de eigenlijke grenscontrole op te wachten.