12 augustus 2007

10 AM PIC


In de bus van Otavalo naar Quito. Ingrid vindt Dracula (op de tv in de bus) maar niks, en slaapt tot de politie op de bus stapt en iedereen zijn paspoort moet bovenhalen.

Van Otavalo naar Cotopaxi National Park














De voorbije week verbleven we op nogal desolate plaatsen. Desolaat, dus geen internet, en vaak zelfs geen electriciteit. Zondag namen we een bus van Otavalo terug naar Quito waar we een lift versierden met Brad en zijn ferme toyota landcruiser. Brad is een van de managers van de Secret Garden, het hotel in Quito waar we de eerste 8 dagen verbleven. We reden naar het nationaal park van Cotopaxi, waar de eigenaars van de Secret Garden, Tarquinn en Catherine (hij van australie, zij uit ecuador), net voor de ingang van het park een bouwterrein hebben gekocht van 2 hectaren. Ze hebben er nu al ongeveer 2 jaar aan gewerkt: een paradijslijk plekje waar ze eerst zelf in alle rust wilden wonen, maar naarmate de bouw vorderde groeide ook de idee om opnieuw een hostal te openen: Secret Garden II, bij wijze van spreken. De hostal is nog niet echt geopend maar we hadden onszelf er min of meer uitgenodigd. Tarquinn en Catherine vonden het leuk om proefgasten te hebben. Een soort try out, zeg maar. De eigenaars zijn ongelooflijk gastvrij. Komt daar bij dat Catherine een super de super kok is, dus we zijn er vier dagen culinair verwend geweest dat het niet meer schoon was. Slapen was a l'improviste: wij beiden op een matras in de living, en James (ja hoor hij is er nog altijd bij) en Phil (een vrijwilliger uit Ierland) op de zetel bij de open haard. Vanaf half augustus zou de hostal een tiental gasten moeten kunnen ontvangen: 6 in een dorm (groepskamer) en 4 in twee private kamers met elk eigen open haard en douche. Maar zoals jullie op de foto kunnen zien, is er nog veel werk. Toen wij er waren, werden de tegels gelegd in de dorm, en was men net begonnen met het plaatsen van de ramen. De private kamers... tja daar is nu zo ongeveer de ruwbouw van klaar. In ieder geval kunnen wij deze hostal alleen maar aanbevelen. Iedere morgen sta je op met een waw Waw WAW gevoel. En daarna: oei wat is het toch koud. We zitten hier immers op 3.400 meter en er is geen electriciteit en geen verwarming. Alternatieven zat: een open haard warmt het huis op vanaf een uur of 6 s'avonds, en er is een gasboiler voor wie een douche nemen wil (bij kaarslicht). Ook is er een kleine generator die gedurende 1 uur per dag zorgt voor 220 V.
We beklommen de Pasochoa, 4.199 meter - amai ons hart, en we gingen paardrijden in de omgeving - amai ons gat.
Ons slaapritme is ook veranderd. Hier is het donker om half zeven en vanaf dan gaat de open haard en het kaarslicht aan. Rond negen uur gaan we slapen, en om half zeven staat iedereen weer op. We hebben de eerste avond de barbecue buiten aangestoken, en de laatste avond hebben we voor het eerst de pizza-oven (een echt gemetselde oven die buiten tegen het huis is gebouwd) getest. Ingrid heeft haar ogen de kost gegeven in de keuken van Catherine: als we terug thuis komen weten we al wat we gaan koken: indian chicken curry, blueberry pancakes, scones met zelf gemaakte room...
We zijn 1 dag in het huis gebleven, kwestie van de spieren een dagje rust te gunnen. We vulden de dag met Rummicub, spaans leren, beetje was doen (hans kan het ook al, handwasje doen in ijskoud water!) en 500 en 'shithead' spelen (dat is een Australisch kaartspel, kopje erbij houden).

Nog even iets over de Cotopaxi: dat is de hoogste nog actieve vulkaan ter wereld. Op de top is ie bijna 5.800 meter, en het zicht op deze berg verandert elke minuut. S'morgens ligt er een pak sneeuw op, en dat neemt in de loop van de dag af, dan komen er wolken voor, dan weer geeft de zon er een rode gloed aan... Fantastisch gewoon. Heel deze pracht wordt heel voorzichtig behandeld. De weg er naartoe wordt bewust niet opgeknapt, er is een hoog toegangsgeld, en je mag er enkel in met een gids. Overtreders worden hard aangepakt. Resultaat: weinig toeristen hier, enkel de die hards die heel wat ontberingen willen trotseren raken op de top. Reken ons er maar niet bij hoor! Wij keken wel met de telescoop naar de top.

Deberes Espanol (spaans huiswerk)

La chica se llama Ana. Cada dia, la veia en la escuela. Ana era linda, todos los estudiantes le amabamos. Pero Ana y yo vivimos en la misma calle. Entonces, nos veiamos mucho mas que con mis otros companeros de clase. Ana era menor que mi, pero mas alta.
Mientros los años de mi infancia, escojia siempre por Ana.
Ella estaba en mi desayuno y mi almuerzo y mi merienda.
Yo tenia hambre de la mañana hasta la noche de Ana.
Ana era mi plato fuerte de mi infancia.
Ahora tengo solamente un oso de peluche. Su nombre: Ana.

04 augustus 2007

Lago San Pablo en Lagunas Mojanda




Onze eerste uitstap in Otavalo ging naar Lago San Pablo, dat is een meertje dat vlakbij ligt. Op zich is dat niet zo bijzonder, ziet uit zoals het Schulens meer. Dus zijn we op de tast verder gaan zoeken naar een volgende bezienswaardigheid, de watervallen van Peguche. Ook daar viel niet zoveel aan te beleven, dit soort watervallen hebben we in Coo ook al gezien tijdens een schoolreis lang geleden. Maar veel leuker waren de kleine parochies waar we door wandelden. Hier geen geasfalteerde wegen meer, geen auto´s, maar een kabbelend beekje, veel honden en veel kinderen die aan het spelen waren met zelfgemaakte windvliegertjes. We bleven het oude treinspoor volgen zoals iemand ons had aangeraden, en toen kwamen we als vanzelf uit bij de hostal van Mieke de Vet uit Nederland, ondergebracht in het oud stationnetje van Peguche. Dat ligt dus echt in de middle of nowhere. Mieke heeft een bijzonder mooie hond, zeg maar de mascotte van het hotel. Enige nadeel hier is dat het hotel vol zit met... hollanders.
De dag daarna huurden we een taxi om op bezoek te gaan aan de meren van Mojanda. James, Geert, Ingrid en ik begonnen er aan een vier uur durende tocht. Het was erg koud (3850 meter) maar er was behoorlijk wat klimmen bij en dan werd het meteen veel warmer. De foto´s zijn van de uitstap naar de meren van Mojanda.

op verkenning in Otavalo centrum







In het centrum is er elke dag een markt rond het centrale plein. Die is niet zo groot als de zaterdag markt, maar toch heel leuk om eens door te wandelen... Je vindt er heelwat groenten en fruit die wij thuis ook kennen, maar ook heelwat inheemse dingen die vreemd zijn voor ons. Heel veel soorten bonen, dat is wat de meeste mensen hier eten. In het midden van de markt is er een overdekt gedeelte, waar de vleesafdeling in werd ondergebracht. Je merkt het aan de geur en je merkt het aan de honden die onder de tafels liggen te wachten tot er een stukje afval van het afval op de grond valt. De mensen zijn hier nogal verzot op kippenpoten blijkbaar. Het is ook wennen aan de nieuwe hygienische normen in dit land. Hier geen koelafdeling om het vlees in uit te stallen, hooguit een afdekzeil tegen de zon. En de vliegen...
Hoeft het nog gezegd dat we veelal vegetarisch eten... De avocado´s zijn hier superlekker.
Op het centrale plein staat een fonteintje. Veel mensen komen hier het haar van hun kinderen wassen. Ook zie je hier veel schoenpoetsertjes en enkele bedelaars, maar over het algemeen zijn de mensen hier veel vriendelijker als in Quito.

Otavalo




Otavalo is erg bekend in Ecuador. Het stadje ligt in het noorden van het land, op zo´n 120 km van de grens met Colombia. Met de bus duurt de trip vanuit Quito naar Otavalo zo´n tweeenhalf uur. Iedereen komt op zaterdag naar Otavalo omdat hier dan de grootste markt van heel zuidamerika wordt gehouden. Duizenden stalletjes met poncho´s, alpaca wollen truien, mutsen, handschoenen... Het is echt overdreven hoe kleurrijk dat hier uitziet, maar nog erger is de massa toeristen die hier dan naar toe komen. Voor en na die wekelijkse markt valt het leven in Otavalo stil. Wij komen naar hier om het landschap te verkennen. Hier zijn enkele mooie meertjes in de buurt. Leuk aan ons hotel is dat het een eigen keukentje heeft waar de gasten van gebruik kunnen maken. Ingrid, James en ik hebben drie dagen na elkaar sávonds zelf eten gemaakt. Er is ook een dvd speler in de zogenaamde living. We hebben al naar de Gilmore Girls gekeken. Goed geslapen!!! Onze kamer geeft uit op een soortement binnentuintje. Dat is erg rustig. Een bijzondere gaste is de Duitse Doris, zij is hier voor 4 maanden in dit hotel en denkt af en toe dat het hotel van haar is. Gisteren gingen we met z´n allen Rummicub spelen, maar zij nam al snel de leiding omdat ze het spel op een heel eigenaardige ´Duitse´manier speelde. Doris heeft een speciale band met Ecuador. Ze heeft twee kinderen van een Ecuadoriaanse man en heeft hier zelf jaren gewoond. Haar 10 jarige zoontje spreekt Duits en een heel klein beetje spaans, haar 19 jarige dochter spreekt Spaans en een heel klein beetje Duits.

Met drie nonnen in de teleferico

Vorige week zondag zijn we in Quito de Vulcano Pichincha gaan bezoeken. De teleferico (kabelbaan) brengt je op een kwartiertje tijd tot halverwege de top. Je bent dan op 3.600 meter, en vanaf hier heb je een schitterend uitzicht op de hele stad Quito. Dan merk je pas hoe groot de hoofdstad is. Nu ja, er wonen dan ook 1,6 miljoen mensen. We zaten in de kabelbaan met drie nonnen met sportschoenen, die tot op de top van de vulkaan wilden gaan. Dat is een makkelijk en goed onderhouden wandelpad, de top ligt op 4.100 meter, maar ik kan je verzekeren dat die 500 meter klimmen op die hoogte zo goed als onbegonnen werk is. Wij zijn tot halfweg de top gegaan, na elke vijftig meter moesten we vijf minuten terug op adem komen. De lonely planet gids raadt aan om eventueel cocathee te drinken, dat zou helpen tegen hoogteziekte. Op die hoogte zit er veel minder zuurstof in de lucht, je moest ons hart eens horen tekeergaan... De zichten waren werkelijk adembenemend, maar ik kan helaas geen foto´s tonen want ik heb die dag mijn videocamera meegenomen. Da´s dus voor later in de montage van het reisverslag. Vaya con Dios.